Priester Adriaan Claassen (geboren in 1916)

2001AchelPriesterAClaassen«Een nachtelijke avond, zoals steeds vol geronk van vliegtuigen en nu en dan de ratel van zware machinegeweren. Ik stap uit mijn voordeur en zie aan de horizon, in het noordoosten, het vage silhouet van een groot vliegtuig. Het silhouet staat in vuur.

 

Dan gaat het vlug. In een vlammenzee stort met oorverdovend gehuil het grote zwarte kruis van het vliegtuig, recht naar onder in de richting van Achel-Dorp. Op zowat 40º hoogte zwenkt het brandend kruis plots af naar het westen, alsof de piloot Achel-Dorp wilde vermijden. Ik zet me op mijn tenen om nog te kunnen zien waar het toestel gaat vallen. Meteen lig ik tegen de grond door de enorme luchtverplaatsing. Deuren van huis en stal vlogen open. De parochiekerk had geen glasramen meer en stond met open deur. De toenmalige Herringstraat (nu Schutterijstraat) leek zwaar gebombardeerd. De meeste huizen hadden geen dak meer. Zo'n 270 woningen werden zwaar tot licht beschadigd. Sommige daken waren geheel afgerukt. Men noteerde toen schadeposten van 20.000 tot 150.000 frank. Gelukkig was geen enkele Achelaar gekwetst. Naar het schijnt waren er tot in Overpelt ramen stuk.

Het vliegtuig had zich in het Ven aan de Papevijver in de grond geboord. Op hetzelfde ogenblik merkte ik een Duitse nachtjager op die naar beneden ging in de richting van de Achelse Kluis. Vroeg in de morgen werden belangstellenden door Wehrmachtsoldaten brutaal weggejaagd. Woedend staken ze met bajonetten de fietsbanden stuk.

 

Uit de graanvelden klonken nadien fluitjes en zacht geroep van de bemanningsleden van de RAF. Men zei dat de weerstand enkele bemanningsleden had kunnen oppikken en op een trein had kunnen zetten. Naar Lille of Neerpelt.

Een paar zwaar gekwetsten reed men op een open boerenwagen naar Achel-Statie. Men had ze in het Sijskesbroek moeten uitgraven omdat hun parachute blijkbaar niet voldoende was opengegaan. Eén van hen had een paternoster om de hals, hetgeen medelijden opwekte bij de boeren. Een Duits soldaat repliceerde:"Es sind Himmelhunde!" De Duitse piloot die bij de Achelse Kluis viel, werd ook naar Achel-Statie gebracht. Toen hij de Engelse gekwetsten zag salueerde hij.»

Nota: Uit het onderzoek van Peter Loncke is gebleken dat de Duitse nachtjager die nabij de Achelse Kluis crashte, niet betrokken was bij het luchtgevecht met de Stirling-bommenwerper uit het Ven.


De Duitse piloot die salueerde voor één van de gewonde bemanningsleden van de Stirling was kapitein Echart-Wilhelm von Bonin. Hij overleefde de oorlog.


Jos Van Werde (oud-Achelaar):

josvanwerde

«Een geallieerde bommenwerper is in Achel neergestort. Achel lag nu eenmaal op de aanvluchtroute van de geallieerde luchtmacht naar het Ruhrgebied, het industriegebied dat zijn bijdrage moest leveren aan de Duitse oorlogseconomie.
Dus trachtte de Deutsche Luftwaffe de geallieerde toestellen te onderscheppen - dikwijls tevergeefs zoals achteraf bleek - alvorens zij hun bommenlast boven vijandelijk gebied konden droppen. Zo werd op 22 juni 1943 in Achel een bommenwerper neergeschoten. De bemanning moet nog een poging gedaan hebben om de thuisbasis in Engeland te bereiken.

Met huilende motoren zagen meerdere Achelaren het brandende toestel hoogte verliezen. Toen volgde een enorme knal en een enorme drukgolf lichtte de pannen van het dak en sloeg de ruiten van de vensters aan diggelen, tot op honderden meters van de crash. Meteen was alleman wakker. Het toestel moet luchttorpedo's vervoerd hebben. De plaats van de crash was het moerassig gebied nabij de Papenvijver, in de volksmond bekend als "Pappewijerke".

Het was ook op tijd geweten dat leden van de bemanning zich met hun parachute hadden weten te redden en in de zompige moerassen van het Sijskesbroek waren blijven steken. Men wist dat de bezetter bij zulke crashes bijzonder alert was en bovendien mocht rekenen op de hulp van de "zwarte milities". Elke seconde was immers kostbaar om de evacuatie van de bemanning aan te vatten. Landbouwer Van Hertum heeft een parachutist helpen uitgraven die tot aan zijn middel in de moerasbodem was weggezonken.

 

Inmiddels waren nieuwsgierigen ter plaats gekomen, waaronder sommigen meenden enige bijstand te kunnen bieden, zoals huisarts Dr. Louis De Bont, François Van Meensel, Piet Lauwers e.a. Toen Duitse soldaten en leden van "zwarte organisaties" ter plaatse verschenen om de vermiste bemanningsleden op te sporen, werd de toestand anders en verlieten vele nieuwsgierigen het terrein, zich wel bewust van het feit dat contact met deze personen altijd aanleiding zou geven tot moeilijkheden.

Tegen de morgen hadden de Duitsers het transport verzekerd van een gekwetst bemanningslid door middel van een kar met platte bodem en luchtbanden, waarmee boer Schuurmans of zijn zoon Jef brikken vervoerde. De bewaking van het konvooi werd aan de ietwat grimmige "zwarten" toevertrouwd.
De trieste stoet trok dan door de toenmalige Haringstraat, waar de bewoners op onmiskenbare wijze hun sympathie betuigden aan het ongelukkige bemanningslid op de kar. Sommigen gingen op ostentatieve wijze naar de gekwetste man toe, misschien onbewust dat zij zich hierdoor verdacht maakten bij de personen die met de bezetter meeheulden.

De stoet stopte waar de bewakers het toelieten, zodat tegenover het huis van Willem Van Werde drank kon aangeboden worden. De dochters van Thijs Van Werde mochten een deken afgeven om de man enige beschutting te bieden in zijn miezerig en nat uniform. René Van Werde sprak naar best vermogen enige woorden Frans met hem, waarop de soldaat op even summiere wijze antwoordde. Het zou een Canadees kunnen geweest zijn. Nog anderen zeggen dat het bemanningslid een Nieuw-Zeelander was.

 

De krijgsgevangene werd naar Achel-Statie gebracht, waar een permanente Duitse wachtdienst was, wel bekend bij de gelegenheidssmokkelaars die er tijdelijk moesten verblijven. De soldaat is vervolgens op transport gesteld naar het Duitse militaire kamp in Leopoldsburg. Nadien zijn we het spoor bijster geraakt.

De crash betekende het tragisch einde van twee bemanningsleden. Twee anderen hadden meer geluk. De weerstand slaagde erin ze op de trein te loodsen in Sint-Huibrechts-Lille en ze in Hasselt over te dragen aan een organisatie welke tot doel had de bemanning van neergestorte vliegtuigen de kans te bieden het thuisfront te vervoegen.»

Nota: Uit tal van getuigenissen blijkt dat men het steeds heeft over twee bemanningsleden die na de crash met de parachute in Achel zijn geland. In Achel zijn drie bemanningsleden met de parachute geland: sergeant E.L. Ellingham, sergeant J. Kilfoyle en W/O E.A. Brown.


Jaak Winters (geboren in 1916)

FotoPa

 

«Door het oorverdovend lawaai van het vliegtuig ging ik die nacht naar buiten. Ik zag een brandend toestel dat zeer laag boven de grond vloog. Het geluid van de motoren was angstaanjagend. Ik liep snel naar binnen om mijn schoonbroer (Gradje Van Otterdijk) te roepen. Op het ogenblik dat ik even binnen was, volgde een geweldige ontploffing. Kostganger Frans Vandeweyer sliep boven en schrok hevig. Door de ontploffing was een stuk van het dak weggeblazen en keek hij recht naar buiten. Hij meende in eerste instantie dat het huis in brand stond, maar Frans keek in de grote vuurzee van het gecrashte vliegtuig.»

 

 

 

 

Dokter Louis De Bont (geboren in 1912)

DrLouisDeBontAchel

 

«Ik herinner me nog zeer goed dat Toon Vissers met een platte wagen een gewond bemanningslid naar Achel-Statie heeft gebracht. Toen ze voorbij mijn huis kwamen ben ik even naar de kar geweest. Ik zag het gewonde bemanningslid. In het stationsgebouw aan de Statie moest de gewonde militair zijn persoonlijke bezittingen op tafel leggen. Toen stelde ik vast dat het een katholiek was omdat uit zijn zakken een paternoster te voorschijn kwam.»

 


 

 

 

Paul Cox (geboren in 1923)

PaulCoxfotoverkleind

 

 

«Ik herinner me de nacht van 22 juni 1943 alsof het gisteren is gebeurd. Mijn ouderlijk huis ligt in de Bien. Het was een boerderij. Die bewuste nacht lagen mijn ouders en ik te bed. We werden opgeschrikt door een enorme knal. Het dak van onze boerderij werd volledig kapotgeslagen. We wisten niet wat er gebeurd was. Mijn vader zei nog: "Ga tegen te gootsteen liggen, daar is het veilig". Na een poos gewacht te hebben zijn we naar buiten gegaan.

Het eerste wat we hoorden waren fluitsignalen. We wisten niet wat die geluiden te betekenen hadden. Ook de geburen bij "Zjang" Schuurmans waren intussen naar buiten gekomen. Met Zjang Schuurmans trok ik in de richting van waar de fluitsignalen kwamen.


Dat was naar het Sijskesbroek. Het moerassig gebied ligt niet ver van de plaats waar de bommenwerper is neergestort. Op onze zoektocht troffen we een rubberbootje aan. Ik heb er een jas van laten maken, maar die was niet te dragen omdat ge er enorm in zweette.

Achter het dichtbegroeide Sijskesbroek lag een moerassige open vlakte. Daar zagen we een groot wit laken liggen. Bij nader toezien bleek het een parachute te zijn. In de onmiddellijke omgeving troffen we een gewonde militair aan die tot aan zijn middel in de grond stak. Dat kwam omdat zijn parachute niet volledig was kunnen opengaan en de man met een enorme kracht op de grond neerkwam.

De gewonde militair stak zijn beide handen naar ons uit en vroeg om hulp. We poogden hem op de tillen maar dat ging onmogelijk. Hij droeg een gammel bij zich. Daar schepte ik water mee uit de nabijgelegen Vliet. De man dronk de gammel in één teug leeg.

Om de identiteit te kennen van de gewonde militair tastte ik in zijn binnenzakken. Daar vond ik een aantal documenten waaruit bleek dat hij uit Nieuw-Zeeland afkomstig was. We zagen dat de man niet opgezet was met het doorsnuffelen van zijn persoonlijke documenten. Daarom stak ik zijn portefeuille meteen terug in zijn vest.
Na verloop van tijd kwamen "Zjang" van Bert Van Hertum en Jef Schuurmans naar ons toege-stapt. We besloten de man uit de grond te spitten en gingen naar huis om een spade te halen. We waren nog maar amper 50meter van het bemanningslid verwijderd of daar kwamen twee Duitsers met het geweer in aanslag op ons af. Ze fouilleerden de Nieuw-Zeelander en vonden een paternoster. Schimpend zei één van de Duitse militairen: "Ah, meneer is katholiek, maar intussen gaat hij wel vrouwen en kinderen vermoorden in Duitsland".

Jef Schuurmans kreeg opdracht van de Duitse militairen om paard en kar te halen. Intussen begonnen wij met het uitgraven van de gewonde Nieuw-Zeelander. Eenmaal uitgespit zagen we dat zijn voeten tot tegen zijn scheenbenen waren geplooid. De man had veel pijn en was ook aan zijn kin gekwetst.

Toen het stilaan licht begon te worden werd de rit met paard en kar aangevat naar Achel-Statie. Van daaruit werd de gewonde militair door de Duitse bezetter voor verzorging weggebracht. Toen de kar voor de woning van Jef Schuurmans passeerde sprong François Van Meensel op de kar en begon in het Engels tegen de militair te praten. François bleef op de kar zitten tot in Achel-Statie.

Nadien ben ik naar de plaats van de crash geweest in het Papeweierke. Van bemanningslid Bill Cole heb ik op 11 september 1999 kunnen vernemen dat de fluitsignalen dienden om de bemanningsleden na de landing samen te brengen.»

 

Nota: De gewonde militair die Paul Cox in het Sijskesbroek aantrof was W/O E.A. Brown. Hij was militair van de Royal New Zealand Air Force (RNZAF). Bij de RAF vocht hij tegen de Duitse bezetter. In de gecrashte Stirling-bommenwerper was hij de staartschutter.