Grevenbroekmuseum

PA170714

Bezoeken

 Toeristische dienst - VVV

Generaal Dempseylaan 1

3930 Hamont-Achel   België

Tel. +32 (0)11 / 64 60 70

Openingsuren:

Ma - Vr: 09.30 - 12.00 en 13.00 - 16.00

Za: 09.30 - 12.00

  Individueel     1,50 € / persoon
  Groepen met gids
    50 € / Groep enkel op afspraak

  Davidsfondskaart

  Lerarenkaart

  Muzesleden

  European Youth Card

   Gratis voor individuele bezoeken

 

 Verslag van een bezoek aan het Grevenbroekmuseum in Achel

 

oudsimons

 

Je staat voor een monumentale (classicistische)gevel met in het midden een dubbele trap die naar de voordeur leidt: links en rechts twee vensters en op de bovenverdieping vijf. Nog hoger kan je niet naast een uitstekende kroonlijst kijken met opvallend veel versieringen. Twee bonkige hoektorens schurken (haast) tegen de zijgevels aan en doen het gebouw nog solider lijken.

Dat moet een statig teutenhuis zijn en je gaat ze voortaan moeiteloos herkennen in Hamont, Achel, Sint-Huibrechts-Lille , Eksel, Lommel…

Teuten zijn rondtrekkende handelaars die in het voorjaar op pad gaan met hun waren en vele maanden later met een dikke portefeuille naar huis komen. Ze trekken vooral naar Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Denemarken en verkopen van deur tot deur koperwerk, textiel en ook wel vrouwenhaar, onmisbaar voor frivole pruiken. Er wordt smalend gesproken over “luizenteuten”, want luizen stoeien graag in mensenhaar. Het zal de handelaars worst wezen, zo lang de kassa maar rinkelt! Dat stimuleert ook de echelteuten, die bloedzuigers voor medicinale doeleinden aan de man brengen.  Stel je voor dat die beesten het slechte bloed uit je aders zuigen!
Van een aderlating gesproken!
Andere teuten, ook wel snijders of dierenlubbers genoemd, gebruiken op hun reizen met veel succes het ” lubbermesje”. In een handomdraai zetten ze een os op de wereld en dus blijven  rammen, beren en hengsten beter uit hun buurt. Lubben is namelijk exact hetzelfde als castreren.
Bekend zijn ook de degenstokjes, waarin teuten een vlijmscherpe verdedigingspriem verstoppen, (zoals de Tsjadiens) om (struik)rovers af te schudden.. In een vitrinekast merken we zelfs een soort revolver vlak bij een opmerkelijke handweegschaal, broederlijk naast rekeninguittreksels.

Rond 1900 verdwijnen  de teuten van het toneel, maar hun majestueuze woningen, meest gebouwd tussen 1880 en 1900, blijven ons herinneren aan hun winstgevend bestaan.

Voor de oorsprong van het woord “teut” is er nog geen sluitende verklaring. Het Van Dalewoordenboek vermeldt het bijvoeglijk naamwoord “teut” in de betekenis van uitgeput, afgemat, aangeschoten, dronken en kent ook het zelfstandig naamwoord. Dan slaat teut op iemand die talmt, of treuzelt. Vooruit nu, teut die je bent! En het werkwoord “teuten”betekent dan  treuzelen, niet voortmaken, prutsen, babbelen, zeuren… Maar al dat “geteut” helpt ons geen stap verder en in geen enkel historisch, verklarend of etymologisch  woordenboek komt “teut” voor. Wie zin en tijd heeft, zoekt het verder maar uit!

In de volgende zaal wandelen we doorheen de voorhistorie en de gids heeft er kennelijk zin in. Logisch als je bezoekers kunt rondleiden in een museum dat je voor een groot stuk zelf hebt uitgebouwd en waarin dus zeker een stuk van je ziel zit verankerd. Hoeveel tentoongestelde objecten heeft de man hier eigenhandig op de juiste plaats gezet in overleg met een trits heemkundigen, onder wie E. H.A. Claessen …

“Tijdens het paleolithicum of oude steentijd kwam het poolijs tot in Nijmegen en liepen in Bree rendieren rond. Die beesten leverden grondstoffen voor de voeding, de kleding en de woning van de voorhistorische mens,” vertelt de heer Stienaers. Hij wijst naar een prehistorische lederen jas, versierd met de afbeelding van een dier en besluit terecht dat de geschiedenis zich herhaalt. Kijk maar naar de kleding van de jongeren rond je.
In het mesolithicum wordt het warmer, smelt het ijs en ontstaat de visvangst. Allerlei  gebruiksvoorwerpen en werktuigen in silex(steen) verschijnen op de markt.
Dieren temmen, akkers inzaaien, een degelijk huis met stro en leem bouwen zijn tekenend voor het neolithicum, ook wel de nederzettingstijd genoemd.
Hierop volgt de bronstijd. Overledenen worden begraven in uitgeholde boomstammen en bovenop komt een flinke massa grond. De eerste grafheuvels verschijnen in het landschap en Hamont-Achel ontsnapt daar niet aan.  
In de ijzertijd beginnen de aardbewoners hun doden te cremeren en de as te verzamelen in een urn.  De geschiedenis herhaalt zich …
Met de Romeinen J. Caesar) eindigt de prehistorie en zij zullen ons “romaniseren”. Zij leren ons o.a. hoe je  bouwstenen bakt  en dakpannen (tegula= dakpan). En of er gebouwd wordt! Kijk maar naar de maquette van een Romeinse villa. Ook liggen ze aan de basis van de communautaire problematiek in ons land, hoewel ze zeker niet gewild hebben, dat zelfs in 2009 Brussel-Halle-Vilvoorde nog moet gesplitst worden.
Van een Romeinse amfoor naar een Frankische krijger stappen is in het Grevenbroekmuseum kinderspel en in een volgende zaal staan we plots voor de bewuste “Achelse Tomp”, een kanjer van een middeleeuws monument.
Is dat nu een verdedigingstoren  (zoals de kerktorens van Beek en Gerdingen) of  gaat het om een torenmolen? Er zijn voldoende argumenten voor beide visies, maar het is toch opmerkelijk, dat de molen van Templeuve, in de buurt van Roubaix, precies dezelfde afmetingen heeft als de tomp(molen). Onze gids verzoent heel handig beide theorieën. Ten vroegste gebouwd in de eerste helft van de 15 de eeuw zorgt dit monument dus nog altijd voor interessante discussies.   
En veel later krijgt Hamont-Achel te maken met de Spaanse Successieoorlog  (begin 18 de eeuw.) Die breekt los, omdat Lodewijk XIV van Frankrijk het Spanje van de zwakke Carlos II wil overnemen, wat onaanvaardbaar is voor Engeland en de (Nederlandse) Republiek. De hertog van Marlborough, in onze regio beter bekend als Malbroek, vindt het nodig de residentie van de heren van Grevenbroek te verwoesten.


Veel aandacht krijgt de maquette van de stad Hamont (1770) en Piet (Vg) maar zoeken naar zijn ouderlijk huis.

Ook komt de fameuze “elektrische draadafsluiting “ van WO I  in beeld.draadhamont

De “Grenzhochspannungshindernis”, door de Duitsers aangebracht vanaf juni 1915 moet een scheiding vormen tussen België en Nederland, van Vaals tot Knokke/ Cadzand. Die versperring loopt van Lozen via Quatre Bras naar Neerpelt, waardoor Hamont en Achel een soort niemandsland vormen op Nederlands grondgebied. Dat heeft én voordelen maar ook nadelen!
De Duitse bezetter wil dus de smokkel van goederen en brieven (wat als spionage wordt gezien) tegengaan en tevens deserteurs en vluchtelingen hinderen.
In feite bestaat de Drahtsperre uit drie parallelle afsluitingen. De elektrische draad met een mogelijke spanning van 2000 V en wel 2 m hoog wordt links en rechts geflankeerd door twee gewone draadversperringen zonder spanning (“Kuhwiesenzäune).
Het is moeilijk om het aantal dodelijke slachtoffers van deze spanningsdraad in te schatten, maar als je weet dat de grensbewoners niet vertrouwd zijn met elektriciteit, zie je de bui al hangen. In 1916 sterft zelfs de sigarenmaker K. uit Bree bij een poging om de andere kant te bereiken.
In elk geval is deze draad een flinke oefening voor het realiseren van het latere“ ijzeren gordijn” .
Inderdaad de geschiedenis herhaalt zich.

Rond half vier verlaten we met een goed gevoel het Simonshuis, in 1944 nog het hoofdkwartier van de Engelse generaal Dempsey,  na een leerrijke wandeling doorheen duizenden jaren streekgeschiedenis, gekruid met  boeiend commentaar en veel anekdotes.
En met een gezellige afsluiter in “De Kapetulie” (schitterend Achels woord voor boekentas) ervaren we nog maar eens,  dat ook die geschiedenis zich herhaalt.

Met dank aan mevr. Jacqueline Joosten-Segers uit Hamont-Achel die ons op het idee bracht om dit museum te bezoeken en aan Mia voor de illustraties..

 

Met dank Gerard Hendriks,

bezoek gepensioneerde onderwijzers van Bree op 17.11.2009

 

HACHACweekblad Jef

Inventaris

Copyright © Grevenbroekmuseum vzw 3930 Hamont-Achel.

Alle teksten op onze website vallen onder de auteurswet, zodat het copyright berust bij de vzw Grevenbroekmuseum/heemkundekring Achel.

Niets van deze website mag worden overgenomen, gebruikt of gereproduceerd worden, zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van het vzw Grevenbroekmuseum bestuur..

Foto's of afbeeldingen op deze website blijven eigendom van de maker of eigenaar. vzw Grevenbroekmuseum heeft het volledige gebruiksrecht van alle afbeeldingen en foto’s. Dit recht vervalt niet bij verhandeling door de oorspronkelijke maker of eigenaar van de foto.