Grevenbroekmuseum

averdieck

 

Pater Alphonsius-Maria Everdieck (*6 februari 1899 +11 augustus 1944)

 

 

 

 

 

Het Internet is voor heemkundigen een uitgelezen bron van informatie. Zo leverde het zoekmachine Google bij Noël Van Elsen een weblink op over een merkwaardige monnik van de Achelse Kluis: pater Alphonsus-Maria Averdieck. Een pater die zowel in België als in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet ging.
Hij heeft zijn verzetsdaden met de dood moeten bekopen in het Kamp Vught, het voormalige SS Konzentrationslager Herzogenbusch in Nederland. Samen met 21 andere verzetstrijders werd hij in dat kamp op 11 augustus 1944 door de Duitse bezetter gefusilleerd.

Hoe is het mogelijk dat een pater die de helft van zijn leven in de Achelse Kluis heeft doorgebracht en in de Tweede Wereldoorlog zich zo heldhaftig heeft gedragen, door de mazen van de lokale geschiedenis glipt?
Allereerste vaststelling: in de geschiedenisboeken van de Achelse Kluis valt er niets te lezen over de verzetsdaden van pater Alphonsus-Maria Averdieck. Noch de abdij-geschiedschrijvers pater Edmundus Mikkers, noch pater Domien de Jong publiceerden ooit iets over hun medebroeder.

In het jubileumboek “De Achelse Kluis 1846-1946” vinden we wel zijn naam terug in de overlijdenslijst. Ook in het necrologium van de abdij staat pater Averdieck vermeld.

Lijstuitboek100jaarAchelseKluis

Uittreksel uit het jubileumboek van de Kluis, Onze overledenen, pagina 140:
1899= geboortejaar; 1920= inkleding in de Achelse Kluis; 1944= overlijdensjaar

 

Na wat zoeken op het Internet kom je dan terecht bij John Braat uit de Nederlandse grensgemeente Roosendaal. Hij heeft na 5 jaar speurwerk in september 2009 een boek uitgegeven over het verzet in het Nederlandse Roosendaal en Nispen. Volgens auteur Braat was pater Averdieck een verzetstrijder pur sang. Zijn verzetsdaden lopen als een rode draad doorheen zijn boek “Ere Wie Ere Toekomt”. De talrijke verzetsdaden – meestal onder de schuilnaam “Fons” - waren grensoverschrijdend. «Hij was het cement tussen de stenen voor het verzet in het rayon Roosendaal,» zegt auteur John Braat.

PaterAverdieck2fotoBeeldbankWO2NederlandbewerktzwHistoricus Luk Van de Sijpe uit Hamont kreeg in de Achelse Kluis inzage in het dossier van pater Averdieck. Van de Sijpe: «Deze bundel is beperkt maar hoogst interessant. Mijn conclusies zijn duidelijk. Wij kunnen niet anders dan deze bijzondere verzetsstrijder opnemen als oorlogsheld van WO II in Hamont-Achel, omwille van het feit dat hij beschouwd werd als stateloze burger, verblijvende te Achel. Het is namelijk zo dat zijn vader van Duitse nationaliteit, verzuimd heeft om in België of Nederland stappen te ondernemen naar het verkrijgen van staatsburgerschap als Belg of Nederlander. In het dossier voor het verkrijgen van erebewijzen als politiek gevangene is nu met zekerheid af te leiden dat de aanvragen gebeurden door de abt van Achel en dat Averdieck officieel bij zijn aanhouding woonde en verbleef te Achel”.» Onderzoeker John Braat komt – wat betreft het wonen en het verblijf in Achel bij zijn aanhouding in 1944 - tot heel andere conclusies.

Na de Duitse bezetting in 1940 kwam de Achelse Kluis als grensabdij onder het gezag van de Duitse Gestapo in Den Haag. Dit was een zeer uitzonderlijke situatie aangezien de kloostergebouwen op Achels grondgebied liggen en België bestuurd werd door een Duitse militaire Verwaltung, de Wehrmacht dus.
Donderdag 14 januari 1943 was een rampdag voor de Achelse trappisten. Rond het middaguur kregen de monniken onverwacht bezoek van de Gestapo. De Duitse rijkscommissaris in Nederland had besloten de Sint-Benedictusabdij op te heffen en haar goederen in beslag te nemen. De Gestapo betichtte de monniken van anti-Duitse handelingen. Wat de monniken precies mispeuterd hadden werd niet verteld. Mogelijk was de Duitse SIPO op de hoogte van het feit dat de abdij door het verzet gebruikt werd als doorlaatpost van Franstalige krijgsgevangen, om “gevallen piloten” en onderduikers van Nederland naar België te brengen.
Niet lang daarna zijn de monniken – onder de leiding van pater Amandus Bussels - in Brussel gaan protesteren bij de Wehrmacht. Het protesteren had vruchten afgeworpen. Pater Amandus en tien lekenbroeders mochten de boerderij beheren, maar mochten alleen in de bijgebouwen verblijven. Pater Amandus liet me ooit - tijdens een interview voor Het Belang van Limburg - verstaan dat hij als leider van de monniken op de boerderij handig gebruik heeft gemaakt van de bestuursperikelen tussen de Nederlandse Gestapo en Belgische Militaire Verwaltung.

Klooster Mariadal in Roosendaal

Gerardus, Aloysius Averdieck werd geboren te Alphen aan de Rijn op 6 februari 1899. Hij trad toe tot de orde van de trappisten in Achel. Zijn inkleding vond plaats op 19 april 1920 en op 29 juni 1925 werd hij solemneel geprofest. Zijn kloosternaam was Alphonsus-Maria.
In een brief van het klooster Mariadal te Roosendaal staat vermeld dat Pater Averdieck in de zomer van 1942 – wegens gezondheidsredenen – om een verblijf vroeg in het klooster. In dit klooster had hij ooit gelogeerd in 1939. Hij arriveerde in Roosendaal op 11 juli 1942. Op 1 juni 1942 had pater Alphonsus zich laten uitschrijven uit het bevolkingsregister van de gemeente Achel. De verhuis van de Achelse Kluis naar het klooster Mariadal wegens “gezondheidsredenen” kan ook anders verklaard worden. In de archieven op het ministerie van defensie te Brussel ligt een dossier over pater Averdieck. Daaruit blijkt dat pater Averdieck op 1 april 1941 lid werd van de Belgische Nationale Beweging (BNB) of het gewapende verzet. Op enkele documenten wordt vermeld dat hij “stateloos” was.

In het dossier staat: (…)“Verzekerde met een gevaarsverachting en tot volledige voldoening van zijn oversten al de opdrachten die hem toevertrouwd werden, hoe gevaarvol ze ook waren (….).” Werd het door zijn verzetsdaden in België te warm onder de voeten van pater Alphonsus?

 

Averdieckattesterkenninggewapendweerstander

 

Attest van 20 september 1966 waarin pater Averdieck postuum de hoedanigheid van Gewapend Weerstander in België werd toegekend

 

Eenmaal in Roosendaal was pater Averdieck dag en nacht in de weer voor het verzet. Hij had er de schuilnamen: “Fons”, “de pater” en “Alphonsus”.


Via de rector van Mariadal kwam hij al snel in contact met een buurman van het klooster. Met deze man – Jan Maas - hielp pater Averdieck mensen de grens overbrengen en verleende hij hulp aan onderduikers. Als priester legde hij zichzelf de verplichting op om de noden van ondergedoken personen en gezinnen te verlichten. Kinderen kregen van pater Alphonsus kleding en schoenen.

Pater Averdieck heeft in 1942 twee vluchtlijnen voor geallieerde piloten helpen opzetten en kwam zo in nauw contact met de Belgische Witte Brigade, vooral deze van Essen. Gestrande piloten – die een crash overleefd hadden - van de Royal Air Force of Amerikaanse Luchtmacht hielp hij de grens over.

 

John Braat: «In geen enkel boek dat na de oorlog geschreven is, wordt melding gemaakt van de vele “gestrande piloten” die door het verzet uit Roosendaal de grens zijn overgebracht. Pater Averdieck reisde daarvoor naar België om de piloten en andere bemanningsleden verder te kunnen helpen.»
Pater Averdieck was ook betrokken in het leggen van contacten met het verzet in Nederland en België en bij het over de grens brengen van vooral ondergedoken Franse krijgsgevangenen, Engelandvaarders (Nederlanders die uitweken naar Engeland om actief deel te nemen in het verzet tegen de Duitse bezetter) en joden.

 

Tijdens een gesprek – één week voor zijn arrestatie - met de vrouwelijke dienstbode van het klooster Mariadal deed pater Averdieck volgende uitspraak: «De bangsten hebben na de oorlog het grootste woord.»
Volgens auteur John Braat werd pater Averdieck in de familie een “ritselaar” genoemd omdat hij aan alles kon komen wat men hem vroeg. Hij werd omschreven als een gemoedelijke en lieve man met een luisterend oor en voor niets of niemand bang.


Averdieck gaf verder de aanzet tot de oprichting van het Nationaal Steunfonds. Hij bracht verschillende groepen bij elkaar die geld inzamelden om onderduikers financieel te ondersteunen. De Landelijke Organisatie (LO verleende hulp aan onderduikers) uit Zuid-Holland maakte dankbaar gebruik van het aanbod van Averdieck om mensen te laten onderduiken in Roosendaal en omgeving. Hiervoor maakte Averdieck verschillende reizen naar Rotterdam en Den Haag. Inlichtingen verstrekt door de LO uit het gehele land werden door Averdieck verzameld en via geheime zenders naar Engeland verzonden.

 

PaterAverdieckinhabijtfotoJohnBraatsJPG_bestandbewerkt

 

De bezige bij Averdieck ging ook werken voor de Geheime Dienst Nederland (GDN) en Binnenlandse Inlichtingen (BI) in Londen. John Braat vertelt hierover: «Pater Averdieck stond in contact met Engelandvaarder Adriaansen die in Nederland gedropt werd als geheim agent. Met een geheime zender zond Adriaansen in Roosendaal boodschappen naar Engeland. Bij het inlichtingennetwerk van Adriaansen speelde ook pater Averdieck een grote rol. Op 14 juli 1944 hadden de Duitsers de plaats “uitgepeild” van waaruit Adriaansen aan het zenden was. Enkele dagen later zijn er invallen geweest bij vier medewerkers van het inlichtingennetwerk. Iedereen in Roosendaal die met Adriaansen te maken had, is toen ondergedoken. Pater Averdieck weigerde onder te duiken en hield het bij “Ik vertrouw op God en heb daarom niets te vrezen”»

 

De arrestatie

De vrouwelijke dienstbode van Mariadal – Maria van Crughten - moest in de week voor zijn arrestatie aan de mensen die aanbelden vertellen dat de pater voor onbepaalde tijd afwezig was. Had hij een bepaald voorgevoel? Op 19 juli 1944 werd Averdieck door twee leden – in burgerkledij - van de SD (Sicherheitsdienst) om 21.30 uur in Mariadal gearresteerd. Auteur John Braat: «De rector van het klooster – van Dongen – heeft vanuit het klooster  kamer gezien dat pater Alphonsus geboeid in de auto zat van de SD. Dit werd me bevestigd in een persoonlijk gesprek met de vrouwelijke dienstbode van Mariadal.»

 

PaterAverdieckgedenkplaatkloosterMariadalRoosendaal

Gedenkplaat klooster Mariadal in Roosendaal

 

Het Roosendaals verzet was bang dat de gehele LO zou opgerold worden omdat pater Averdieck één van de weinige was die contacten had met alle ondergrondse groeperingen. Hij kende dus vele namen en adressen van medewerkers.

«De SD bracht de verzetsstrijder over naar Den Bosch voor zware ondervragingen maar Averdieck sloeg niet door,» zegt John Braat. «Op 9 augustus 1944 werd hij overgebracht naar de beruchte strafgevangenis in Scheveningen, het zogenaamde “Oranje Hotel”. Daar waren de ondervragers nog een graad erger. Ondanks de ergste verhoren, kreeg men pater Averdieck niet aan het praten.»

Op 10 of 11 augustus werd hij overgebracht naar Kamp Vught. Daar werd de trappist van de Achelse Kluis op 11 augustus 1944 met 21 andere verzetstrijders om 21 uur gefusilleerd. Drie kompanen – onder andere geheimagent Adriaansen – werden op 6 september 1944 gefusilleerd.

John Braat: «Men kwam er al snel achter dat er - na infiltratie - verraad in het spel was. De verklikker werd met een smoes naar een schuur gebracht en geliquideerd. De enige die na het verraad kon vluchten, Eduard de Leeuw, heeft het mysterie rond het verraad opgelost. De Leeuw leeft nog en woont in Nieuw-Zeeland. Tijdens mijn onderzoek ben ik met hem in contact gekomen. Hij vertelde me wie de verklikker heeft omgebracht. Tal van mensen hebben hun leven te danken aan het stilzwijgen – tijdens gruwelijke en pijnlijke ondervragingen - van pater Averdieck.»

Vermist

Na de oorlog wist niemand niet wat pater Averdieck na zijn arrestatie was overkomen. Bij verschillende overheidsinstanties probeerde men inlichtingen te verkrijgen. Er waren wel documenten over pater Averdieck, maar geen waaruit men opmaken hoe hij aan zijn einde was gekomen.
Vlak na de bevrijding van Nederland was er een radioprogramma “Radiobaken” voor opsporing van vermiste Nederlanders. Een pastoor, EH van den Boogaard uit Zwartemeer (provincie Drente) vroeg in een schrijven van 25 september 1945: «Beleefd verzoek ik U om in uw radiobaken inlichtingen te vragen omtrent Pater Gerardus Aloisius Averdieck, van het klooster der paters Trappisten te Achel, in de illegaliteit bekend als “Fons”. Hij werd geboren te Alphen a.d. Rijn op 6 februari 1899. Na zijn gevangenneming is hij gezien in de gevangenis te ‘s Hertogenbosch (begin augustus 1944). Sindsdien is niet meer van hem vernomen. (…)»

 

Begin november 1945 vernam de familie Averdieck dat hun familielid was omgebracht in Kamp Vught. Na de executie – door leden van de Nederlandse Waffen-SS - werd het lichaam van pater Averdieck in het crematorium van het Kamp Vught gecremeerd.
Het enige document in het gemeentearchief van Roosendaal over pater Averdieck is de overlijdensakte van het Nederlandse Rode Kruis uit 1947 . Daarin staat dat pater Averdieck op 11 augustus is overleden. Over de doodsoorzaak werd niets vermeld.

averdieck vragenlijst overlijden

rodekruis

averdieck rode kruis kennisgevingSKMBT 22318020913070 page 001

 

De gemeente Roosendaal ontving van het Nederlandse Rode Kruis het overlijdensbericht pater Alphonsus Averdieck.

 

Op 23 augustus 1956 schreef dom Columbanus Tewes, een brief naar het toenmalige Ministerie van Volksgezondheid en het Gezin. Dom Columbanus was toen al vier jaar geen abt meer in Achel. Hij meende als overste van Averdieck aanspraak te kunnen maken op het statuut van “rechtverkrijgende”. In een schrijven van 14 juni 1958 werd hem dat statuut niet toegekend. In het document staan enkele data welke in contradictie zijn met de onderzoeksresultaten van John Braat.


Zo staat vermeld dat pater Averdieck bij zijn aanhouding, “woonde en verbleef te Achel” en dat hij “werd aangehouden te Achel op 1 juli 1944, bij gemis aan een andere gekende vaste datum”. Op dat tijdstip verbleef pater Alphonsus al twee jaar in het klooster Mariadal te Roosendaal. Zijn arrestatie vond niet plaats op 1 juli in Achel maar op 19 juli 1944 in Roosendaal. Op 21 maart 1950 ondertekende de Franse generaal Charles De Gaulle een oorkonde, postuum toegekend aan verzetsheld pater Alphonsus Averdieck.

 

AverdieckHerinneringsmedaillevanoorlog1940_45

 

De familie Averdieck was tot voor kort niet op de hoogte dat hun “heeroom” door de Belgische overheid op 18 december 1950 (Hasselt) postuum erkend werd als “gewapend weerstander”.

Op 20 juli 1959 werden door de Belgische overheid aan de monnik de onderscheidingen “Herinneringsmedaille van de Oorlog 1940-1945 met twee gekruiste sabels” en de “Medaille van de Weerstand” postuum toegekend.

 

AverdieckfotorouwbordjeplankjekerkWaalre

Het houten naambordje in de gedachteniskapel van Waalre, met rechtsonder de naam van trappist pater Alphonsus-Maria Averdieck. (Foto: Evert Meijs)

 

 

 

 

 

Zeer opmerkelijke vaststelling: Pater Alphonsus Averdieck heeft geen enkele postume onderscheiding gekregen van de Nederlandse regering.

De naam van pater Alphonsus - gegraveerd in hout - vindt men terug in het oude Willibrorduskerkje van Waalre. Het is de gedachteniskapel voor de Brabantse gesneuvelde militairen en verzetsmensen.

Pater Alphonsus-Maria Averdieck, monnik van de Achelse Kluis, verzetsheld en oorlogsslachtoffer, verdient in Achel een naamsvermelding op het oorlogsmonument.

 

 RAF20160618 MG 7361

Schoolkinderen hebben op 18 juni 2016 een eikenboompje aangeplant bij de kapel aan de Witteberg in Achel, ter herinnering aan pater Averdieck
Het eikenboompje werd opgekweekt uit eikels die werden meegebracht uit het kamp van Vught in 2002

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met dank aan:

  • John Braat uit Roosendaal (Nl), auteur van het boek “Ere Wie Ere Toekomt”.
  • Adjudant Xavier Van Tilborg, ministerie van defensie, Sectie Administratieve Expertise, ondersectie Notariaat.
  • Dienst burgerzaken, stad Hamont-Achel.
  • Luk Van de Sijpe uit Hamont, historicus.
  • Noël Van Elsen uit Hamont, medewerker Grevenbroekmuseum.
  • Paul de Rooij uit Roosendaal

Samenstelling: René Winters
Bestuurslid Heemkundekring Achel en medewerker werkgroep voor oorlogsherdenkingen RAF-Memorial Hamont-Achel

Deze bijdrage werd gepubliceerd in het heemkundige tijdschrift “De Achelse Kapetulie” ( Jaargang 23 – Nr. 1 – maart 2010)

Inventaris

Copyright © Grevenbroekmuseum vzw 3930 Hamont-Achel.

Alle teksten op onze website vallen onder de auteurswet, zodat het copyright berust bij de vzw Grevenbroekmuseum/heemkundekring Achel.

Niets van deze website mag worden overgenomen, gebruikt of gereproduceerd worden, zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van het vzw Grevenbroekmuseum bestuur..

Foto's of afbeeldingen op deze website blijven eigendom van de maker of eigenaar. vzw Grevenbroekmuseum heeft het volledige gebruiksrecht van alle afbeeldingen en foto’s. Dit recht vervalt niet bij verhandeling door de oorspronkelijke maker of eigenaar van de foto.