ijzer1

Toen omstreeks 800 v.C. de mens ontdekte dat hij uit de ijzerertslagen van de Kempen bruikbaar ijzer kon smelten en smeden, betekende dit een nieuw gebeuren met nieuwe gevolgen.

Dit zou trouwens in heel Europa het geval zijn. Het ijzer gaf immers de mogelijkheid veel en geduchte wapens te maken, met het gevolg dat vele veroveringsoorlogen plaats grepen.

De werktuigen werden ook beter en functioneler.

De mensen woonden steeds in huizen van hout en leem, die in groepen bij elkaar stonden, in buurtschappen. Typisch voor deze periode zijn de kleine akkertjes, ongeveer 40 m in het vierkant.

In onze streek werden er sporen van teruggevonden. Je ziet ze door heel Europa verspreid en ze zijn bekend onder de naam Old-tidsagre (Denemarken) of Celtic Fields (Engeland). Deze laatste, overigens foute benaming, wordt steeds meer gebruikt.

De akkertjes werden omheind met hekken om het wild en vee buiten te houden. Onkruid, stenen en boomstronken die uit het veld verwijderd werden, werden er tegenaan gegooid. Daarop kwam later weer grond. Zo ontstaan wallen, waarop later weer struiken en bomen groeien, die de boer als brandhout benut. De wal dient ook als windvang tegen zandverstuivingen.

Heel wat loofbos werd ontgonnen. Omdat men geen mest kende liet men de veldjes enkele jaren braak liggen om ze te laten herstellen. Men ontginde dan andere plekken. Omdat de mensen ook verder van de rivieren woningen optrokken, werd er gezorgd voor waterputten. Het zijn eigenlijk kunstmatige bronnen, in de regel gebouwd met uitgeholde boomstammen of plaggenkokers.

In deze nieuwe cultuur, op basis van ijzeren werktuigen en wapens, herkennen we voor een deel de Bronstijd in kledij, keramiek enz. De mens wordt wel meer en meer boer, met grotere graanvelden en allerhande vee.

De woningen zijn minder groot, doch er komen schuren en bijgebouwen. Alles is steeds in hout, leem en riet. De boer uit de IJzertijd verbouwt gierst, rogge en tarwesoorten voor brood, gerst voor bier, vlas voor olie en weefsels, planten voor kleurstoffen en allerlei groenten en kruiden. De veestapel bestaat vooral uit koeien, varkens, schapen en kippen. Er zijn misschien ganzen, er is de geit en bij de rijke boer een paard. Koeien leveren melk, vlees en huiden.ijzertijd

Net als varkens en paarden zijn ze één derde kleiner dan tegenwoordig en worden ze niet vetgemest. Met de komst van de Romeinen worden deze dieren opgefokt tot vleesdieren, het voedsel van de legioensoldaten. Ook ganzen worden dan vetgemest en verhandeld.

Zoals bekend, kwam in deze tijd met de veroveringen van Julius Caesar de Romeinse cultuur in onze streken. Aardewerkresten van inlandse makelij worden samen met de Romeinse resten gevonden.

Omdat de Romeinen gebeurtenissen optekenden, laat men hier de eigenlijke prehistorie of voorgeschiedenis ophouden. Hier begint voor ons de geschreven geschiedenis. Nochtans bleven heel wat prehistorische gewoonten nog meerdere generaties in zwang, zoals het gebruik van urnen, de manier van huizen bouwen, de kleding, de waterputten, vele werktuigen, enz.

De Romeinse cultuur, samen met het christendom trouwens, zal zich geleidelijk ontwikkelen en verspreid worden. Bijzonder typisch voor de IJzertijd zijn de urnengrafvelden. De overledenen werden gecremeerd en dan bijgezet in een urne. Deze urnen werden begraven onder een grote of kleine terp, die omgeven werd door een gracht of palenkrans, een traditie uit de Bronstijd. Meerdere riten en plechtigheden blijken trouwens plaats gehad te hebben bij deze teraardebestellingen en ook erna.

Men kende een echte dodencultus met offervuren, offergaven, enz. De talrijke teruggevonden grafvelden wijzen op een belangrijke bewoning in die tijd. De Romeinen pratikeerden het begraven van de overledenen (inhumatiecultus), maar ook het verbranden en bijzetten in urnen (crematiecultus).

De Franken en de Merovingers kenden alleen de inhumatiecultus met uitgestrekte rijengrafvelden. De christenen zullen dit overnemen, maar de graven concentreren in hun kerken (crypten) of errond (kerkhoven).

In de IJzertijd komt alleen de crematiecultus voor. Grafvelden uit deze tijd werden bij ons teruggevonden aan de Achelse Dijk, de Witteberg, Pastoorsbos, en de Haart. Ze werden gepubliceerd door de Nationale Dienst voor Opgravingen