napoleon

De Franse bezetting was van korte duur (1795-1815). Ze werd gevolgd door de Hollandse periode (1815-1830).

In het woelige 1830 scheurde het zuiden van de Nederlanden zich af onder impuls van katholieken en Franstaligen. Nieuwe spanningen begonnen te groeien in Europa. Tenslotte biedt de stadszaal (zaal zeven) een grote maquette van Hamont (ca. 1750), de stad van Grevenbroek.

Hierbij sluit de galerij van bekende figuren van Hamont-Achel aan, die werkzaam waren op het vlak van de literatuur, de schilder- en beeldhouwkunst, en in de sociale en wetenschappelijke sector.

hamont1748

Vervolgens wordt de aandacht gevraagd voor het belang van de heide voor onze mensen en van de eerste ontginningen (wateringen) met hun specifieke gereedschappen.

De TEUTEN

Koperteut

De Teuten waren handelaars afkomstig uit Noord-Limburg en de aangrenzende dorpen in Noord-Brabant en Nederlands-Limburg.
Zij trokken gedurende 6 tot 9 maanden per jaar naar hun handelsgebied in Holland of Duitse grensgebieden, waar een depot annex slaapplaats centraal gevestigd was. Vanaf daar gingen zij rondreizen langs de verspreide woningen in het omliggende platteland om hun diensten en waren aan te bieden in een tijd dat men daar geen winkels aantrof.

Naargelang hun specialiteit onderscheidde men hier vooral:
- "koperteuten" : koperslagers en ketellappers, die niet alleen beschadigde potten en pannen herstelden, maar ook nieuwe verkochten;
- "textielteuten" : handelaars in linnen, lakens, dekens, stoffen, kant en toebehoren;
- "snijders" : ook wel "lubbers" genoemd, die zich specialiseerden in het castreren van paarden, varkens, stieren en schapen. Soms dreven zij ook handel in deze dieren, zodat zij het beroep van veekoopman koppelden aan dat van veearts.

Teuten onderscheidden zich van andere rondreizende leurders door hun goede voorkomen, ontwikkeling en vakkennis, door hun hoogwaardig assortiment aan producten, maar ook omdat zij hun klanten krediet verleenden en geld leenden.
Ze reisden en handelden in groep of in compagnieverband waarbij ieder vennoot eigen kapitaal inbracht. Ze hielden er een nauwkeurige boekhouding op na en alle overeenkomsten werden vastgelegd.

Om in de compagnie opgenomen te worden moest je  als leerjongen enkele jaren dienen, waar het specifieke vak werd aangeleerd.
Na deze leertijd werd men als volwaardige vennoot aangenomen mits het betalen van een intredegeld en het verwerven van een aandeel in de teutenzaak. Vooral dit laatste vergde een zware financiële inspanning.

De meeste Teuten keerden tegen december terug naar huis om er de Kersttijd in familiekring te vieren. Dan werden tevens grote bestellingen voor volgend jaar geplaatst. Sommige teuten investeerden vooral na hun actieve loopbaan hun geld in herenhuizen (Teutenhuizen), in kleine bedrijven zoals molens, stokerijen, brouwerijen, kaarsenfabrieken …en waren dikwijls vrijgevig wanneer lokaal een school of een kerk gebouwd of hersteld moest worden.
De Teutenhandel ontstond in de 15de eeuw en bleef aanhouden tot begin 20ste eeuw. Zij was sociaal-economisch erg belangrijk voor onze regio.

Tekst : Noël Van Elsen