Grevenbroekmuseum vzw

blogvoorbeeld

 Het IJzeren Gordijn van 14-18

 

Geschreven door wijlen Adriaan Claasen

De Duitse legerleiding, bezorgd om krachtverspilling, dacht er goed aan te doen het Belgisch etappengebied te isoleren.
Het was immers betrekkelijk gemakkelijk, om van uit bezet België, langs het neutrale Nederland om, Engeland en het front te bereiken. Dagelijks gingen meer en meer vrijwilligers het Belgisch leger aan de IJzer vervoegen. Een drukke berichtendienst werd georganiseerd tussen onze mensen en hun jongens aan het front en de spionage nam van dag tot dag uitbreiding: aangevoerde troepenversterkingen waren reeds aan de geallieerden gemeld voordat zij half weg hun bestemming hadden bereikt.

De berichten die daarenboven door de Nederlandse kranten bij ons binnengebracht werden, waren ook meermaals hoogst onaangenaam voor de bezettende macht.

In het najaar 1915 ging deze dan over tot een radicaal plan: Nederland gewoonweg afgrendelen door een elektrische draadversperring te plaatsen die elk contact tussen België en Nederland onmogelijk zou maken.

Merkwaardig is het wel om te bedenken hoe dertig jaren nadien door dezelfde Duitsers, hetzelfde systeem, alhoewel meer geperfectioneerd, hebben aangewend, toen zij met het "IJzeren Gordijn" Oost-­Duitsland afsloten voor de West-Duitse-Bondsrepubliek.

Langsheen gans het verloop van de Nederlands-Belgische grens werd een draadversperring aangebracht, geladen met hoogspanningsstroom. Zij liep langs de Maasoever van Maastricht tot Maaseik, dan langs de Limburgse en Antwerpse Kempen tot in Zeeuws-Vlaanderen, waar zij over de slikken langsheen de Schelde werd geleid.

Omdat de mensen geen enkele ervaring hadden van elektriciteit, was het een akelige nieuwigheid: de dood die toesloeg van uit een onschuldig uitziende draad.

draad1Slachtoffer aan de dodelijke draadversperring Het duurde echter niet lang of smokkelaars en mensen uit de spionagediensten vonden middelen om toch te "passeren". De avonturen van deze "passeurs" liggen verspreid in de oorlogsverhalen van pater Hilarion Thans (Mijn Oorlog) met de gekende episode van de kruiptocht door de riool van Smeermaas, in het verhaal van Jefke Peeters van Neerpelt  "Mijn vlucht naar Holland" of in de artikelenreeks van L. Sterken "Het Epos van de Draad" in het Belang van Limburg, mei-juni 1952.


Laten wij de technische uitvoering van dit IJzeren Gordijn even van nabij bekijken.
De versperring bestond eigenlijk uit drie draadversperringen, die op een afstand van 2 meter parallel met elkaar liepen. Slechts de middelste was dodelijk geladen, de twee anderen vormden een bescherming. Deze buitendraden bestonden uit een vlechtwerk van draden en ijzeren latten. Soms ook uit dooreengevlochten prikkeldraad.


De hoogte van deze buitenversperring bedroeg ongeveer 2 meter. De palen waren dennen uit onze bossen die een laag carboline gekregen hadden. De palen die de stroomdraden droegen waren zwaarder en hoger.
Vanaf 20 cm van de grond waren er 4 of 5 stroomdraden getrokken telkens op een afstand van 30 cm.draad3Duitse wacht aan de Doodendraad
Ze waren vastgehecht aan porse­leinen "potjes" die een diameter hadden van 4,50 cm.
De draden werden om de beurt elektrisch geladen. De stroom werd opgewekt met generatoren, voor de sector Hamont en Achel in de buskruitfabriek Cooppal et Cie in Kaulille en verder verdeeld via op regelmatige afstanden geplaatste, houten barakken. Ook waren er wachthuizen waarin tot 40 soldaten gelegerd waren, meestal oudere mannen, 'Landsturm'!

In deze wachthuizen was een alarmsysteem met signaallampen aangebracht. Iedere aanraking werd hier onmiddellijk opgemerkt. Zulke wachtbarak stond bv. aan "de Geuskens" en een andere in de wateringen achter de Bien. Aan weerszijden van de versperring was een weg vrijgemaakt, waarlangs wachten patrouilleerden. Bij de opening van spoorwegen en rivieren was een permanente wacht opgesteld.
Op de wegen die doodliepen op de draad stond een plaat met de melding "doodsgevaar", met Duitse, Franse en Vlaamse teksten. Trouwens mocht niemand de draad benaderen tenzij de boeren die velden hadden nabij de versperring; zij moesten echter op het gemeentehuis een bijzondere "Schein" gaan halen.


Op de grote wegen waren poorten aangebracht met een wachtpost. Zulke poort stond bv. aan "de Quatre-Bras" en later aan de grens. De wachtsoldaten zorgden er voor dat de omgeving van de draad zuiver bleef: zij maaiden geregeld het gras weg en trokken met haken de krengen weg van dieren die de stroomdraad geraakt hadden en doodgebliksemd waren. Heel wat hazen, honden en vooral katten lieten er het leven; soms brandden zij in twee stukken als ze over een stroomdraad hingen.
Kinderen joegen kat of hond ook wel eens de dood in ... !

1915loerakkerAchelaren moesten de Duitsers helpen bij de opbouw van de Doodendraad

Duitse soldaten bij het trekken van de draadversperring in de oorlog 1914-18. Vóór de soldaten liggen aangescherpte palen voor de afsluitdraden die aan weerskanten van de hoogspanningsdraden liepen.
Achter de soldaten, Willeke Tielemans en Han Tielemans, weduwe Fons Driesen, die ... nog vlug hun "evie" mochten maaien ...

Foto rechts genomen door een Duitser Op 17 augustus 1915 in de Loërakker, achter het huidig huis, Loërakkerweg 7.

De eerste versperring werd in 1915 door de Duitse soldaten zelf geplaatst. Zij liep van Lozen, over de Hork naar de "Quatre-Bras" te Achel, om dan verder de richting te nemen naar Lommel-Schoor, gedeeltelijk door het Hageven.

Op deze wijze maakten de Duitsers van Hamont en Achel een soort "no mans land" omdat deze twee dorpen afgesloten werden van de rest van Limburg.


Slechts weinige mensen kregen de toelating om door de aangebrachte poorten te gaan; een of andere boer die velden had aan de andere kant van de draad ... De mensen probeerden dan over de draad en bij de poorten enkele nieuwtjes te roepen naar familieleden aan de overkant... mits een goede fooi aan een soldaat en als er geen officier in de omgeving was ... Anderzijds hadden Achel en Hamont een druk verkeer met Nederland.

 draadhamontReconstructie aan "De Ezel" in Hamont-Achel

Langs de eenzame heidevlakten, vennen en bossen ging dat heel gemakkelijk. Daarom blijkbaar brachten de Duitsers in 1916 de versperring over naar de grensstreek. Daarbij werd de Achelse-Kluis in twee gedeeld, omdat de gebouwen op Belgisch en de meeste landerijen op Nederlands grondgebied lagen.
Op 6 juni 1916 begon men de draad te verplaatsen; op 14 augustus werd hij geladen.


Deze keer werden ook Belgische mensen gebruikt aan het plaatsen van de draad, misschien verlokt door de 6 mark daags, die de Duitsers er voor over hadden.

gs kaart1916Uitsnede van de originele Duitse kaart van de Doodendraad


De wachtposten verhuisden nu ook naar de Beverbekerheide en de Achelse-Kluis.
Sinds het korte treffen van een 2000 Duitse soldaten met het kleine vrijwilligersleger van generaal Deschepper aan de Kluis, en de beschieting van de Kluis op 17 oktober 1914, waren de paters uitgeweken naar Nederland. Een gedeelte had zijn intrek genomen in een paar kleine gebouwen op Nederlands grondgebied, die aangepast werden.


09okt1914 De TijdGevluchten naar het neutrale NederlandDe bezetting van de Kluis verliep als volgt:
Op 17 en 18 oktober 1914 ongeveer 2000 man die tot een gedeeltelij­ke plundering overgingen, doch weer vlot aftrokken met de kreten van "eine Gott en eine Keizer" ...
Vanaf 18 oktober tot 10 december 1914 lagen er 200 manschappen van het regiment Hagen.
Van 10 december tot 1 november 1915: een Feldwebel en 25 man van het regiment Bayern.
Van 1 november tot 5 oktober 1917: twee wachtmeesters met 20 man en 23 paarden; dragonders van Stuttgart.
Van 5 oktober tot 26 oktober 1918: een Feldwebel en 30 manschappen uit Rijnland en Beieren. (arch. Achelse-Kluis, 68).

Hoe verliep nu de berichtendienst en de spionage?
Vooraleer er de draad was, gingen de mensen uit de Noordhoek hun brieven schrijven te Borkel-en-Schaft of te Budel. Zij kregen hiervoor een aparte kamer omdat er Duitse spionnen rondzwierven. Deze brieven werden dan met de normale post via Engeland naar Frankrijk en het IJzerfront gestuurd. De frontsoldaat wist op welk adres in Nederland hij kon terugschrijven, foto's sturen enz.
Deze foto's waren belangrijk: een foto van de soldaat in burgerkledij vormde het bewijs dat hij steeds ongedeerd was.


Als men zich uitgaf als smokkelaar, was het een stuk gemakkelijker om een "Schein" vast te krijgen waarmee men naar Nederland kon. Toen de draad er was, werd het moeilijker. Brieven overbrengen was bijzonder riskant. Daarom las men de brieven in Nederland en leerde men ze min of meer van buiten. Doch dan moest men nog door de draad.


Toch vond men oplossingen als deze. Aan de kennis uit Nederland vroeg men de brief te openen en de korte inhoud met een open briefkaart naar België te sturen. Men gebruikte hiervoor een afgesproken taal. Zo bijvoorbeeld "onze student denkt binnenkort op vakantie te komen" om te beduiden dat de frontsoldaat meende dat het einde van de oorlog nakende was.

Uit die dagen is het wellicht pittig een kleine anekdote te vertellen. Mijn zuster, toen 16 jaar oud, ging samen met een vriendin, dapper te Budel een brief schrijven naar haar pleegbroer aan het front. Het was 14 augustus 1916 ... Zij waren tamelijk onbezorgd onder de draad doorgekropen, maar bij hun kennis in Budel vernamen ze tot hun schrik dat de stroomdraden die dag geladen werden. Ge kunt u inbeelden met welke angst ze de terugweg aangevat hebben en hoe plat zij tegen de grond gedrukt hebben toen ze opnieuw onder de draad door kropen ...


Vreemdelingen door de draad loodsen was bijzonder gevaarlijk, ook omdat die mensen de woeste en verlaten streek niet kenden, in sloten en kuilen vielen, en uiterst zenuwachtig waren omdat zij vaak al weken opgejaagd waren. En het moest 's nachts gebeuren! Men moest daarbij op een goede gelegenheid wachten of op de wachtdienst van een 'bevriende' Duitser die zich dik liet betalen. De prijs voor een overbrenging was vaak 1000 mark per persoon. Wanneer een groep van 30 personen, soms meer dan 100, moest overgebracht was dit een zware opgave om al die mensen verborgen te houden en ongezien naar de grenszone te brengen.


GeertDSCF3761 2Reconstructie passeursraamBij het "passeren" werden meerdere technieken aangewend: De draden gewoon doorknippen was niet zonder risico, omdat men niet wist welke draad geladen was en omdat de soldaten, ingelicht door hun signaallampen, onmiddellijk begonnen te schieten langsheen de versperring.
Een veiligere methode was de draden uit elkaar te spannen met een kader die met rubber geïsoleerd was, ofwel met een goed droog houten tonnetje.


Soms legde men ook een rubberplaat op de onderste stroomdraad of werden de draden met een wollen deken omwikkeld en zo geïsoleerd. Uiteraard moest dit gebeuren met rubberhandschoenen en met rub­berlaarzen aan de voeten.


Wanneer de Duitsers lucht kregen van een geslaagde overtocht, werd onmiddellijk gans de gemeente gestraft: bv. niemand mocht na 20 u nog op straat komen.


De draad heeft natuurlijk slachtoffers geëist: op 27 september 1917 te 2 u 's nachts, verloor de zesentwintigjarige Eugène Cox het leven aan de draad te Achel, bij het overbrengen van vluchtelingen. Een verrader had zich tussen hen kunnen inwerken.


Hetzelfde jaar werd de Duitse soldaat Adriaan Beckmann het slachtoffer. Hij werd op het Achels Kerkhof begraven.

Het ging immers vaak hard tegen hard: passeurs wierpen een draad die met een pin in de grond vastgestoken was over de versperring, en dit aan weerskanten van de plaats waar men wilde overgaan. Een toegelopen soldaat liep dan in de duisternis fataal tegen deze ook geladen draad ...


Een tragisch slachtoffer was de jonge ambtenaar Goemare uit Brussel die, alhoewel laatste van een passerende groep, toch nog in onhandige zenuwachtigheid een draad vastnam ...


Ook bijzonder tragisch was het geval van de jonge vrouw, die samen met haar kind, haar man, die aan het front was, wilde vervoegen. Alle draden had men voor haar doorgeknipt, met uitzondering van de bovenste. Toen ze met haar kind op de arm door de draad kroop, nam dit spelenderwijze de bovenste draad vast, de geladen draad ... ! Beiden vielen dood neer.


Bij het vertrek van de Duitse bezetters in de novemberdagen van 1918 haalden de mensen draad en palen van de versperring om hun weiden af te palen ... Sommige stroken werden door de gemeente verkocht.
Slechts sommige heidewegen en de scherven van porseleinen isolatoren, duiden nu nog de plaats aan, waar eenmaal, "de draad" liep, het eerste IJzeren Gordijn in Europa!

A. Claassen
Achel

Uit het Brusselse weekblad l'Evénement van 2 september 1916

klein_Draadversperring_Achel1916_1
klein_Draadversperring_Achel1916_2
klein_Draadversperring_Achel1916_3
 

 

 

Het Interbellum

compiegne1918Ondertekning van de wapenstild te compiegne1918Compiègne : De Duitse legerleiding had de politicus Matthias Erzberger afgevaardigd voor de onderhandelingen. Later zal dit ontkend worden door o.a. generaal Ludendorff, planner van het Duitse Leger die later Hitler aan de macht zou helpen. In augustus 1921 werd Erzberger door leden van een extreem-rechtse groep vermoord. Zij beschouwden Erzberger als een landverrader, omdat hij de wapenstilstand had ondertekend maar ook omdat hij zich daarna als minister had ingezet voor de naleving van het Verdrag van Versailles.

Ludendorff zou later mee aan de macht helpen deel te nemen aan de Bierkellerputsch of Hitlerputsch. Dat was een staatsgreep in de avond/nacht van 8 november op 9 november 1923, waarbij Adolf Hitler, enkele vooraanstaande nationaalsocialisten (nazi's) en de Sturmabteilung (SA), samen met generaal Erich Ludendorff van de Conservatieve Nationalisten, in München de macht probeerden te grijpen, om zo vanuit München de in Berlijn zetelende regering van de Duitse Weimarrepubliek omver te werpen. Hitler en de zijnen kregen echter niet voldoende steun en de poging werd uiteindelijk door politie en leger uiteengeschoten. Vier politieagenten en zestien deelnemers kwamen om bij deze gebeurtenis, die aanving in de Bürgerbräukeller; vandaar de naam Bierkellerputsch.

Erich Ludendorff en Adolf HitlerErich Ludendorff en Adolf HitlerDe mensen die in 1923 actief aan de Bierkeller Putsch deelgenomen hadden, kregen een zeer hoge onderscheiding van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP), uitgereikt in 1934 Hitler verleende zeshonderd van zijn medeplichtigen de Bloedorde, een tijdlang de hoogste Duitse onderscheiding.
Hitler, Ludendorff, Röhm en een aantal andere nazi's werden voor de rechtbank te München gedaagd wegens hoogverraad. Na een aanvankelijke depressie wist Hitler zijn verdediging met verve te organiseren. De rechters waren opvallend mild. De samenzweerders kregen zeer lichte straffen, en Ludendorff werd vrijgesproken. Het was duidelijk waar de sympathie van de rechters lagHitler werd uiteindelijk tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld maar zou slechts dertien maanden vastzitten.
In de gevangenis van Landsberg dicteerde Hitler Mein Kampf aan Rudolf Hess. Hitler wachtte zijn kans af, tot hij in 1929 terug zou keren in de schijnwerpers.
Hyperinflatie : Begin januari 1923 besloot Frankrijk het Ruhrgebied, het belangrijkste Duitse industriegebied, te bezetten om nieuwe herstelbetalingen af te dwingen. Arbeiders en ambtenaren in dit gebied gingen uit protest in staking en werden toch doorbetaald door de Duitse overheid. De inflatie werd hierdoor volstrekt onbeheersbaar. In november 1923 was de brandwaarde van een bundel bankbiljetten hoger dan de kolen die je ervoor kon kopen. Veel mensen raakten hun spaargeld kwijt, de reële lonen gingen achteruit en pensioengelden gingen verloren. Onderstaand schema toont de drastische prijsverandering van 1 kilo brood tussen 1921 en 1923. Prijs van 1 kilo brood : December 1921: 4 Mark - December 1922: 163 Mark - Januari 1923: 250 Mark - April 1923: 474 Mark - Augustus 1923: 69.000 Mark November 1923: 201.000.000.000 Mark.


12 4 Biljet van 100 miljoen Reichsmark uit 1923Biljet van 100 miljoen Reichsmark uit 1923Beurscrash 1929 : Op 24 oktober 1929 ging de beurs in New York op ongekende wijze onderuit. Na deze zwarte donderdag volgde een wereldwijde economische crisis. Duitsland werd extreem hard getroffen omdat de vele leningen die in Amerika waren afgesloten nu moesten worden terugbetaald. Het percentage werklozen steeg binnen één jaar van 9 naar 16 procent. Talloze banken en bedrijven gingen failliet en de industriële productie stortte in. De Weimarrepubliek werd aan het wankelen gebracht door de economische rampspoed. Tijdens de verkiezingen van 1930 werd duidelijk dat twee antirepublikeinse partijen konden profiteren van de crisis: de communistische KPD en de NSDAP van Hitler. De NSDAP werd van een onbetekenende splinterpartij opeens de tweede partij van Duitsland.

Machtsovername : De conservatieve elite dacht in de persoon van Adolf Hitler een handige zetbaas te hebben om de massa klaar te stomen voor het herstel van hun macht. In de politiek zeer verdeelde republiek oefenden zij druk uit op de hoogbejaarde rijkspresident Von Hindenburg om Hitler aan te stellen als rijkskanselier. Hitler gebruikte zijn aanstelling op 30 januari 1933 om zijn eigen plannen uit te voeren. De gevolgen waren niet te overzien. Hitlers nazi-partij vormde Duitsland binnen één jaar om tot een nationaal-socialistische, totalitaire staat. Ondanks, of misschien wel dankzij de repressie, vond het economisch herstel en het nieuwe nationaal bewustzijn steun in brede lagen van de bevolking.

Uniform van een obergruppenführer (generaal) van de 1ste pantserdivisie Leibstandarte van de SS of Schutzstaffel. De SS werd in 1925 opgericht en was oorspronkelijk de persoonlijke lijfwacht van Adolf Hitler. De groepering groeide uit tot wat de nazi's beschouwden als een elite-eenheid. De SS had haar eigen kentekens, uniformen en militaire rangen. Het symbool van de SS bestaat uit een gestileerde, dubbele bliksemschicht, de zogenaamde Sig-rune. De SS is in de processen van Neurenberg formeel bestempeld als misdadige organisatie.

  • Eredolken SA (bruin) met spreuk “Alles für Deutschland” en SS (zwart) met spreuk “Meine Ehre heisst Treue”
  • Pistool Walther PPK (ook gekend als wapen van de filmheld James Bond films) met hakenkruis en adelaar
  • Statieportret van Adolf Hitler met originele handtekening
  • Statieportret van Rudolf Hess (geschenk) met eigenhandig geschreven tekst en handtekening

Eerste Wereldoorlog -  België 4 augustus 1914

adrianhelmBelgische Adrian helm Een adrianhelm (Frans: casque Adrian) is een militaire helm, afkomstig van het Franse leger in de Eerste Wereldoorlog. De helm werd ontwikkeld voor de loopgravenoorlog als eerste moderne stalen helm en werd later ook gebruikt door andere legers en door burgerlijke ordediensten.

Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog droegen Franse/Belgische militairen de standaard kepie, die geen bescherming bood tegen vijandelijk vuur. Al gauw bleek een betere bescherming echter onontbeerlijk voor frontsoldaten. Het Frans leger liet een stalen helm ontwikkelen die bescherming bood tegen rondvliegende granaatscherven. Deze helm, de Adrian M15, werd ingevoerd vanaf september 1915. De massaproductie werd toegeschreven aan Louis Auguste Adrian, naar wie de helmen werden genoemd. Ondanks de bescherming tegen rondvliegend shrapnel was hij niet bestemd om bescherming te bieden tegen kogels.

 

 

mauser1989Mauser 1889

Mauser 1889 was een, voor die tijd, betrouwbaar geweer met lader voor 5 patronen 7,65mm (origineel)

Gomez-riem: Argentijnse patroontas ingevoerd in de lente van 1915

Gasmaskers n.a.v. eerste gasaanval in 1915 met chloor door Fritz Haber (Nobelprij scheikunde in 1918!)

  • Kompres gedoopt in Natrium-hyposulfiet (1915)
  • M2-gasmasker (origineel) (1916)
  • ARS-gasmasker (origineel) (1918)
  • Gasratel (waarschuwing voor gasaanval)

 

 

 

 

 

 

 

pontuskepiePontus kepie

 

Pontus-Kepie van een Generaal-Majoor (zoals generaal-majoor de Schepper) en genoemd naar Generaal Pontus.

Klaverblad-epauletten van een Generaal-Majoor met twee sterren waarbij een Luitenant-Generaal 3 sterren heeft.

 

 

 

 

 

 

 

Loopgravenperiscoop met spiegels

Trench-Art :

  • Een door de Duitsers buitgemaakte Britse Mark IV tank (mannelijke versie met kanonnen, terwijl de vrouwelijke versie mitrailleurs had aan de zijkanten) bovenop een obus.
  • Loopgravendolk met beeltenis koning Albert I (variatie op trench- of loopgravenkunst) gemaakt van verouderde bajonetten en gebruikt door de “patrouilleurs” (commando-troepen avant-la-lettre)