Grevenbroekmuseum vzw

Het onderwijs in de jaren '50 en '60

1956 zuster Gregoria 2de kleuter1956 zuster Gregoria 2de kleuterklas AchelNa de Tweede Wereldoorlog was er een ‘babyboom’. Uit de volkstelling van 1950 bleek dat 48% van de Limburgse bevolking jonger was dan 25 jaar. Een gemiddeld gezin bestond in Noord-Limburg uit 5 personen. Limburg investeerde volop in onderwijs. De scholarisatie bij 15- tot 18-jarigen in Limburg verdubbelde, zowel bij de jongens als bij de meisjes. Er werd ook volop geïnvesteerd in hoger onderwijs, met als kers op de taart de opening van het Limburgs Universitair Centrum in Diepenbeek. De zuivere wetenschap zou de redding zijn voor de mensheid. Het was een tijdperk dat de toekomst met vertrouwen tegemoet ging.

Op politiek vlak waren de wonden van de bitsige nationale schoolstrijd op het einde van de 19de eeuw nog niet geheeld. Het schoolpact van 1959 hield voornamelijk in dat het vrije onderwijsnet zich aan een vergelijkbare onderwijsreglementering onderwierp in ruil voor subsidiëring, die vergelijkbaar is aan de financiering van het staatsonderwijs. Het schoolpact hield bovendien in dat er geen inschrijvingsgeld meer mocht gevraagd worden in het secundair onderwijs.

De leerplicht was tot 15 jaar. In veel grote gezinnen was voor de oudsten de schooltijd dan voorbij. Meisjes 'moesten' thuisblijven en werden ingeschakeld in het huishouden.

 

Het aantal leerlingen per klas was groot. Dertig leerlingen per klas was geen uitzondering. In het katholieke onderwijs begon de les met een gebed.

1955 beroepsschool1955 Beroepsschool voor meisjes AchelIn het klaslokaal stond een hoge kolenkachel met ernaast een gietijzeren kolenbak. Een lange kachelbuis ging boven ‘de stoof’ verticaal omhoog om dan verder horizontaal naar de schouw te gaan. Zo werd maximale warmte verkregen van de kachel. Kinderen kregen opdracht om de kolenbak te vullen.

De leerkracht schreef op het bord met krijt en wiste alles uit met een bordveger. Soms droeg men een stofjas of armstukken om de kledij niet te veel met krijt te besmeuren.

Een juffrouw was ongehuwd. Vanaf het huwelijk mocht ze niet meer voor de klas staan. Een maatregel die in 1963 ongedaan werd gemaakt.

In de jaren ‘50 schreven de kinderen nog met een griffel op een lei. Op papier schreef men met een potlood of een stalen pen. In elke bank was er een inktpot voorzien en er was ‘vloeipapier’ om de inkt op te drogen.

Linkshandig schrijven was uit den boze. Sommige leerkrachten bonden soms de linkerhand met een touw tegen de achterkant van de bank, zodat het kind verplicht werd rechtshandig te schrijven.

Schoolsparen gebeurde door geld mee naar school te brengen. De leerkracht noteerde het bedrag in een spaarboekje van de ‘Algemene Spaar- en Lijfrentekas’.

De schoolweek eindigde op zaterdagmiddag. Lijfstraffen zoals een flinke oorveeg of een tik met een regel op de vingers waren nooit ver weg.

De meeste kinderen gingen te voet naar school.

 terug

 

Achel-Dorp

Het kleuteronderwijs was volledig in handen van de zusters jozefienen. Jongens en meisjes zaten samen in de klas.

Na de derde kleuterklas bleven de meisjes aan de school in de Zandstraat, later de Pastoor Bungenerslaan voor zes jaar lager onderwijs. Voor een groep meisjes was er nadien de huishoudschool waar de voornaamste vakken naailes, strijken, koken en huishoudelijke taken waren. Andere meisjes trokken de gemeentegrens over naar Neerpelt en Overpelt voor middelbaar onderwijs

De jongens gingen naar de school achter het gemeentehuis in de Dorpsstraat-Kasteeldreef. Het kwam wel voor dat in één klas twee schooljaren samengevoegd werden. Na het 5de leerjaar kozen sommigen voor het voorbereidend jaar op het college.

Vanaf het schooljaar 1961-’62 werden het 7de en 8ste leerjaar afgeschaft. Er volgde dan middelbaar onderwijs, soms in combinatie met een leercontract.

Achel-Statie

De jongens en meisjes zaten er samen in de klas. Onderwijzers waren zowel mannen als vrouwen.

Na vier jaar lager onderwijs aan ‘De Statie’ moesten de jongens naar de school in de Kasteeldreef, de meisjes naar de Zandstraat (Pastoor Bungenerslaan).

Hamont

De kleuter- en lagere meisjesschool was bij de ursulinen en in de jaren ‘50 werd er een internaat opgericht voor jongens van 4 tot 12 jaar en voor meisjes van 4 tot 18 jaar. Erkenning in 1961 van de lagere graad technisch afdeling huishoudkunde. Deze was gestart op 1 september 1956. In 1969 werd de hogere graad gestart, erkend in 1974.

De katholieke jongensschool, opgericht na de schoolstrijd door de Broeders van Scheppers, was in de Bosstraat.

In 1962 startte een rijkslagere school voor jongens en meisjes op Koleneind 1.

Hamont-Lo

De salvatorianen begonnen in 1903 met een lagere school en alleen voor Duitse leerlingen-priester een college. In 1947 werd gestart met Grieks-Latijnse humaniora met gemiddeld 25 Nederlandstalige leerlingen. Tot de jaren ‘70 was er enkel een internaat.

Er was een kleuterschool van 1915 tot 1919. Deze werd heropgericht in 1931.