Grevenbroekmuseum vzw

Politiek en maatschappij in de jaren '50 en '60

De Koude Oorlog

Het einde van de Tweede Wereldoorlog had de wereld geen vrede gebracht. De spanning tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie was op het einde van de oorlog al volop merkbaar. Heel de wereld kwam langzamerhand in de greep van de twee ideologische grootmachten, wat vooral in Europa leidde tot een scheuring tussen het kapitalistische West-Europa en het communistische Oost-Europa. De splitsing van Duitsland en de oprichting van de NAVO en het Warschaupact waren er de gevolgen van.

Woelige jaren

De jaren ‘50 en ‘60 waren voor België allesbehalve een rustige periode: de koningskwestie, de schoolstrijd, Leuven Vlaams, betogingen (1) voor amnestie  door de voormalige collaborateurs, de harde stakingen van de mijnwerkers, het einde van Belgisch Congo, de teloorgang van de Waalse industrie,…

Maar het was ook de periode waarin een aantal kleine veranderingen of vernieuwingen gebeurden die op lange termijn een invloed hebben gehad: consumptiemaatschappij, materialisme, ontkerkelijking, toenemende Amerikaanse invloed op onze cultuur, …

De nieuwe media

img1De televisie verovert de huiskamer (Common Credits)De televisie: niemand geloofde dat dit medium ooit de alomtegenwoordige radio zou kunnen overtreffen in populariteit. Het Eurovisiesongfestival wordt sinds 1956  jaarlijks over heel de wereld uitgezonden op televisie.

Toenemende mobiliteit

De reusachtige toename van het autobezit veranderde het landelijk uitzicht drastisch door de lintbebouwing, winkelboulevards, tankstations, snelwegen, parkings, tunnels en straatlampen. Deze wereldwijde mobiliteit was de aanzet voor de globalisering van vandaag. Alle mensen van de wereld met hun verschillende leefwerelden, culturen en economieën komen dichter bij elkaar maar ondertussen raken de grondstoffen van de aarde op en gaat ons milieu kapot.

Vooruitgangsoptimisme

708px Expo58 ontvangsthalDe voorgevel van het groot Heizelpaleis is speciaal voor de Expo 58 aangepast en voorzien van een vredesduif (common credits)De wereldtentoonstelling ’Expo 58’ te Brussel bekleedt een bijzondere plaats in de wereldgeschiedenis. Het was de expo van de hoop, van het geloof in vooruitgang in een zorgeloze en comfortabele toekomst waarin we de gruwelen van nog geen twintig jaar eerder zouden kunnen vergeten. Het Atomium staat er nog steeds als stille getuige van een gestorven droom.

Ook de vrouwen krijgen meer gehoor in de maatschappij: gehuwde vrouwen moeten hun man niet langer gehoorzamen. Ze mogen zelf beslissingen nemen. In 1965 kent België haar eerste vrouwelijke minister.

De introductie van de anticonceptiepil in 1964 (tot 1969 alleen op recept) zorgde voor een maatschappelijke verandering in de omgang met en de kijk op seksualiteit.

  expoijsDe 'expo-ijsjes' werden heel populair

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Anekdotes bij de ondertekening van het Verdrag van Rome in 1957

Albert Breuer was als ambtenaar verbonden aan de EGKS. Hij kreeg de opdracht om de ondertekeningsplechtigheid in goede banen te leiden. Dat betekende in de eerste plaats dat de teksten van de beide verdragen (Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap EEG en dat van Euratom) naar Rome moesten worden gebracht. Daar zouden ze door een gereputeerde firma in een boek gebonden worden, met een prestigieuze lederen omslag. Op de laatste pagina zouden de handtekeningen komen.

Op 19 maart, net geen week voor de plechtigheid, vertrok Breuer met enkele medewerkers per trein vanuit Brussel naar Rome. Ze hadden de verdragsteksten voor de Euratom en de EEG bij zich. Aan de laatste versies werden op dat moment in Hertoginnedal evenwel nog altijd punten en komma’s gewijzigd. Hier en daar werd te elfder ure nog wat geschrapt of toegevoegd. Computers bestonden nog niet. Het was omslachtig en ambachtelijk werk en daarom werd ook een heleboel materiaal meegenomen naar Rome: papieren, tikmachines, stencilapparatuur en andere toestellen die nodig waren om het werk ter plekke af te ronden. Het belandde allemaal in een aparte wagon. De nachttrein vertrok vanuit Brussel en spoorde via Luxemburg en Zwitserland naar Italië. In Zwitserland stelde de spoorwegpolitie vast dat aan de passagierstrein een goederenwagon was gekoppeld. Dat was bij Zwitserse wet verboden. Een trein vervoerde óf passagiers, óf goederen, niet beide. Deze overtreding konden de autoriteiten niet door de vingers zien en de wagon, met papieren, apparatuur en al werd losgekoppeld en op een zijspoor gezet. Breuer was met zijn gezelschap intussen al in Milaan en zag tot zijn ontzetting dat het stuk van de trein met het materiaal ontbrak. Na wat telefoneren werd duidelijk wat er gebeurd was. De Zwitsers beloofden de wagon zo snel mogelijk met een nieuwe locomotief richting Milaan te sturen. De delegatie ging een hapje eten en verkende de stationsbuurt toen het bericht kwam dat de ontbrekende wagon in Milaan was aangekomen. Het gezelschap spoedde zich naar het station, maar de wagon bleek onvindbaar. Plaatselijke spoorwegmedewerkers, die niet waren geïnformeerd over de operatie, hadden hem naar een zijspoor gerangeerd, kilometers verderop. Na een verwarrende zoektocht, waarbij Breuer dreigde om persoonlijk de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken te informeren over de chaos, kwam de wagon terecht. De groep kon nu verder reizen naar Rome, mét het materiaal.

De plechtigheid zelf zou plaatsvinden in de Campidoglio, op de belangrijkste van de zeven heuvels van Rome. Daar, in de Capitolijn, zouden de laatste werkzaamheden worden afgerond. De Italianen stelden een zaal vol kostbare schilderijen ter beschikking van de ploeg van Breuer. Er hing onder meer een werk van Pieter Paul Rubens: ‘Romulus en Remus worden gezoogd door de wolvin’. Het was geen goed plan om tussen de meesterwerken stencils af te drukken, waarbij de inkt in het rond spatte. Er werden plastic en karton gebracht om de vloer en de muren te beschermen. Intussen, drie á vier dagen voor de plechtigheid, werd er in Brussel nog altijd onderhandeld. Als op pagina twaalf van het verdrag een zin over witloof wat langer of wat korter werd, dan moesten alle volgende pagina’s opnieuw getypt worden. Breuer had in de gaten dat zijn equipe dit niet rondkreeg. Hij belde naar Luxemburg en vroeg om snel medewerkers van de EGKS te sturen, om te helpen bij het tikwerk. In Luxemburg werden met de grootste spoed ambtenaren opgetrommeld om meteen naar Rome te vertrekken. Een deel van de tekst was intussen dan toch klaar en de vloer was bedekt met stencils die lagen te drogen. De volgende ochtend zou alles in stapeltjes gelegd worden. Met een zucht van opluchting stapte Breuer in de taxi die hem naar zijn hotel bracht. Toen hij de dag nadien in de Capitolijn aankwam, was er van de stencils geen spoor te bekennen. Breuer kon zijn ogen niet geloven en stormde op een bewaker af. Ook die wist niet wat er gebeurd was. Alleen de onderhoudsploeg was in het lokaal geweest, ’s ochtends in alle vroegte. Enkele telefoons later was het duidelijk: de poetsdienst dacht dat de vloer met afval was bezaaid. Alles was in grote zakken gestopt. Die waren buitengezet en intussen opgehaald door de reinigingsdienst. Breuer en zijn medewerkers liepen naar de straat, hielden taxi’s tegen en reden elk naar een stortplaats in de buurt van Rome, op zoek naar de verdragen. Het was tevergeefs. Nog voor de middag was duidelijk dat al het werk opnieuw moest beginnen. Gelukkig waren intussen wel typisten vanuit Luxemburg aangekomen. Maar dat zou niet volstaan.

Breuer spoedde zich naar de universiteit van Rome en wierf in allerijl jobstudenten aan. Misschien zou het met hun hulp nog lukken om de teksten tijdig klaar te krijgen. De volgende ochtend stonden de studenten aan de poorten van de Capitolijn, maar ze gingen niet naar binnen. ‘Sciopero!’ riepen ze. Staking! Ze hadden zich intussen gerealiseerd aan welke historische opdracht ze meewerkten en wilden tweehonderd lire per uur extra betaald worden. Breuer telefoneerde voor de zoveelste keer naar het hoofdkwartier van de EGKS in Luxemburg om het probleem uit te leggen. De financiële diensten werden geconsulteerd en in de loop van de ochtend kwam er groen licht. Er was genoeg budget om de studenten een loonsverhoging toe te staan. De volgende uren werd hard doorgewerkt, maar het gebeurde slordig. Bij het rangschikken van de pagina’s werden veel fouten gemaakt. Papieren lagen ondersteboven, pagina’s ontbraken en de volgorde klopte niet. Het was intussen 24 maart en de meeste ministers waren al in Rome aangekomen voor de ceremonie van de volgende dag.

In overleg met de boekbinder werd een oplossing gezocht én gevonden. Er zou een dik boek gemaakt worden, maar alleen de eerste en de laatste pagina’s zouden bedrukt worden. Daartussen zou een grote stapel blanco vellen worden genaaid. En zo gebeurde het dat de volgende dag de ministers en de delegatieleiders heel plechtig en voor de camera’s hun handtekening zetten, zogezegd onder de Verdragen van Rome. In werkelijkheid werd een leeg boek ondertekend. Breuer had beslist om niemand hiervan officieel op de hoogte te brengen, behalve een handvol functionarissen, betrokken bij de ceremonie. Hun werd gevraagd het boek zo op te pakken en neer te leggen dat het in geen geval zou opvallen. De ondertekenaars wisten bijgevolg niet wat er aan de hand was. Het plan lukte. Niemand kwam op het idee om in het boek te bladeren.

 

terug